Nieuwe steekproeven suggereren dat de Britse variant in Nederland minder hard oprukt dan eerder werd aangenomen. Het RIVM heeft de voorspellingen voor de verspreiding van de variant inmiddels bijgesteld. Ondertussen schreeuwen andere varianten alweer om aandacht.

Op 2 februari zei premier Rutte dat de Britse mutatie op dat moment goed was voor ‘twee derde van alle besmettingen in Nederland’. 
Een week later, op 9 februari, kwam het RIVM met een iets voorzichtigere inschatting. Volgens de rijksdienst was van alle mensen die op 2 februari hun eerste ziektedag beleefde 53,7 procent besmet met de Britse variant.
In berekeningen die afgelopen dinsdag gepubliceerd zijn, is die schatting verder bijgesteld: nu denkt het RIVM dat dat op 2 februari nog maar voor 47,6 procent van de besmette Nederlanders gold. 

Twee derde of minder dan de helft: het is nogal een verschil. Anders gesteld: de Britse variant rukt in de praktijk minder hard op dan het kabinet ons voorspiegelde. Het waren juist die eerdere voorspellingen die mede tot een verlenging van de strenge lockdown leidden. 

Modellen

Britse en andere varianten worden in Nederland opgespoord door ‘sequencen’, het steekproefsgewijs analyseren van positieve coronatests in laboratoria van bijvoorbeeld het RIVM.  Daar gaat een tijdje overheen. Op dit moment is van positieve tests tot eind januari bekend tot welke variant ze behoren. De drie hierboven genoemde cijfers voor 2 februari (van Rutte en het RIVM) zijn dus schattingen. Die komen voort uit modellen, en die worden gevoed door de vondsten in het lab.

In de lab-analyses rukte de Britse variant – B.1.1.7 in virologentaal – in eerste instantie stevig op. Tussen december en half januari steeg het aandeel van de variant van 0 naar 20 procent. Dat leidde tot de alarmerende voorspellingen die de afgelopen weken het coronanieuws beheersten. Daarna ging het echter een stuk minder hard, blijkt nu. Tussen 18 en 24 januari was 22 procent van de positieve monsters Brits, de week daarna 23 procent. Dat laatste getal is een voorlopige stand van zaken, benadrukt  Chantal Reusken, topexpert virologie bij het RIVM, die de situatie nader toelicht.

Er lijkt sprake van een afvlakking. Hoe kan dat?
,,De meest recente cijfers zijn dus nog voorlopig, maar het is nauwelijks nog een stijging te noemen, inderdaad. We zoeken op dit moment uit hoe dat kan. Stokt het aantal besmettingen met de Britse variant echt, of is er een andere oorzaak?”

Wat kan zo’n andere oorzaak zijn?
,,We breiden de omvang van de steekproeven uit. Rond de feestdagen waren het er ongeveer 300 per week, dat zijn er nu 1000. Het netwerk van laboratoria dat monsters instuurt groeit daarom, en daardoor verandert ook de regionale spreiding. Mogelijk zaten bij de regio’s die al in de voorlopige data voor de laatste week verwerkt zijn relatief veel regio’s waar de Britse variant minder aanwezig is, zoals Twente. Daardoor kan het landelijk gemiddelde vertekend zijn. Dat zoeken we nu uit.”

Achteraf gezien zijn de eerste RIVM-voorspellingen over de ontwikkeling van de Britse variant, waar de strenge lockdown deels op stoelt, gedaan op basis van te kleine steekproeven. Het RIVM gaf eerder tegenover deze krant aan dat de Europese gezondheidsautoriteit ECDC een ondergrens van 500 analyses per week adviseert. Nederland zat daar aanvankelijk onder. Pas sinds Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten ons het leven (nog) zuur(der) dreigen te maken, maken we een inhaalslag. 

Als je de laatste cijfers ziet, kun je je afvragen of zo hard ingrijpen wel nodig was. 
,,Hopelijk hebben we de snelheid van verspreiding van de Britse variant inderdaad overschat, zou ik bijna zeggen. Het is niet zo dat die eerdere voorspellingen onze wensen bevatten, dat wij graag wilden dat de nieuwe varianten zo snel oprukten. Het waren de scenario’s die op basis van de getallen die we toen hadden realistisch waren. We vragen de labs die zich nu aansluiten ook om met terugwerkende kracht monsters te testen. Daardoor komen nieuwe gegevens over eerdere weken binnen en worden de voorspellingen steeds beter.”

Kun je op basis van de nieuwe cijfers concluderen dat de Britse variant minder besmettelijk is dan eerder werd gevreesd?
,,Dat lijkt me voorbarig. Het is ook niet het beeld bij de collega’s in het buitenland, met wie we wekelijks overleggen. Daar zien ze net als wij nog steeds dat de R-waarde van de Britse variant consistent 0,3 of 0,4 hoger ligt. In Nederland vindt ook specifiek onderzoek plaats in Amsterdam, met PCR-tests die de variant herkennen en sequencing. In die regio zet de verspreiding van de mutant nog steeds sterk door. Daarnaast moet je ook bedenken dat het virus juist door strenge maatregelen minder hard kan groeien.”

Toch zijn virologen als Ron Fouchier en Eric Snijder sceptisch over de grotere besmettelijkheid van de Britse variant. Zij zien geen overtuigend bewijs. Wat zien jullie wat zij niet zien?
,,Ik denk dat zij puur vanuit de virologie redeneren. Het is inderdaad nog niet door wetenschappelijk bewijs in een lab ondersteund dat de Britse variant besmettelijker is. Maar we zien het gewoon terug in de data, op heel veel plekken: deze variant verspreidt zich sneller. Dat is de realiteit waarmee wij werken. De epedmiologische praktijk wijst uit dat het reproductiegetal van deze variant aanzienlijk hoger is.  Ook zie je dat besmettingen binnen bijvoorbeeld gezinnen sneller doorgegeven worden.”

Ondertussen zorgen ook andere varianten dan B.1.1.7 voor zweet op de voorhoofden van virologen. We hadden al de Zuid-Afrikaanse en twee Braziliaanse varianten. Deze week werd ook de zorgwekkende ‘mutant binnen de Britse variant’ in Nederland vastgesteld: E484K. De vrees is dat deze mutant een manier heeft gevonden om zowel de afweer van ex-patiënten als de bescherming door vaccins te omzeilen. 

Zorgen
,,Dat baart ons wel zorgen”, zegt Reusken. ,,Deze variant hebben we in de regio Utrecht vastgesteld. Het bijzondere is dat deze persoon geen reishistorie had. In theorie kan het zo zijn dat deze mutatie binnen Nederland heeft plaatsgevonden. In Engeland zien ze ook dat E484K-variaties onafhankelijk van elkaar ontstaan.”

Om de boel nog wat gecompliceerder te maken: er is nóg een nieuwe mutant in omloop. Dat is de reeds bestaande variant B.1.525 maar dan óók met de E484K-mutatie in het spike-eiwit. Reusken: ,,Hij is onder meer enkele tientallen keren in Denemarken gevonden en twee keer in Nederland: een keer in de regio Rotterdam-Rijnmond en een keer in Limburg Noord. We zoeken nu samen met de Denen uit waar die variant vandaan komt.”

Voor virologen is het geen verrassing dat het virus zo vaak muteert. ,,Dit is typisch hoe een virus zich gedraagt. Wel is het nieuw dat het wereldwijd zo goed gevolgd wordt, met alle beschikbare technieken. Daardoor weten we veel  sneller veel meer dan in het verleden. Dat geeft een heel andere dynamiek.” 

Bron: AD.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in