Ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wisten dat zij mogelijk grondrechten zouden schenden bij het invoeren van noodverordeningen tijdens de aanpak van de coronacrisis. Ook tijdens de invoering van de CoronaMelder-app werd er door ambtenaren van VWS gesproken over het ‘voorhouden van een worst’ bij burgers om de app te installeren.

Dat blijkt uit afgelopen weekend openbaar gemaakte stukken. In de ambtelijke communicatie is onder meer te lezen dat de grondrechtbeperkingen die een invoering met zich mee zou kunnen brengen, bewust verzwegen werden.

Grondrechtbeperkingen

Uit de stukken, die dateren van mei 2020, blijkt dat de ambtenaren een manier probeerden te vinden om de noodverordeningen te kunnen verkopen aan de inwoners. “Punt is dat we daarmee natuurlijk ook impliciet toegeven dat de noodverordeningen democratische legitimatie missen en een wankele basis zijn voor grondrechtbeperkingen. Maar dat zeggen we niet”, zo is te lezen in de stukken.

Wet openbaarheid van bestuur (Wob)
Deze e-mails zijn via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) openbaar geworden. Maar wat is die wet eigenlijk?

Op de website van het Openbaar Ministerie is het volgende te lezen: De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) regelt uw recht op informatie van de overheid. Overheidsinformatie is altijd openbaar, tenzij de Wob of andere wetgeving bepaalt dat de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar te maken.

Simpel gezegd betekent het dat iedereen in Nederland het recht heeft om een verzoek tot het openbaar maken van informatie over bestuurlijke aangelegenheden - in dit geval het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Het openbaar maken van deze specifieke documenten had overigens nog wel de nodige voeten in de aarde. De Raad van State stelde (inmiddels) demissionair minister Hugo de Jonge uiteindelijk een ultimatum om de coronadocumenten openbaar te maken. Deed hij dat niet, dan kostte het ministerie dat 100 euro per dag per Wob-verzoek.

Met name die laatste zin duidt erop dat er bewust relevante informatie is achtergehouden om meer draagvlak te creëren voor de verordeningen. Verder eindigt de bewuste e-mail met de zin “We produceren morgen wel wat zinnen.”, wat de indruk geeft dat men nog zoekende was naar manieren om er een uitlegbaar verhaal van te maken.

‘Worst voorhouden’

Ook rondom de invoering van de CoronaMelder-app komt de onderlinge communicatie bij VWS minachtend over. Ook daar hoopte men op ogenschijnlijk onzuivere wijze draagvlak te creëren voor de invoering van die app. “Als het gaat om gedragsverandering gaapt er nogal eens een gat tussen de (intentionele) bereidheid tot verandering en het feitelijke gedrag. […] Wellicht dat het gat hier minder groot is als de worst wordt voorgehouden dat er in de toekomst minder vrijheidsbeperkingen zullen zijn?”

Het impliceert dat men bij VWS van plan was om de burgers ‘een worst voor te houden’, in de hoop dat zij dan eerder bereid zouden zijn de CoronaMelder-app in gebruik zouden nemen. Daarmee zouden zij bedoelen dat mensen sneller geneigd zijn om de app te installeren als er wordt uitgelegd dat daardoor er in de toekomst weer meer mogelijk moet zijn.

Donderdagavond was VWS niet in de gelegenheid om te reageren op de uitlatingen die in de e-mails te lezen zijn.

Bron: HartvanNederland.nl