24 uur na een zonnige dag met volle terrassen staan de horecazaken weer met beide benen op de grond. Door de regen blijven de terrasstoelen veelal leeg, maar alle kosten worden wel gemaakt.

Twee kopjes koffie. Dat is even na 14.00 uur de omzet van bar Glaswerk in Nijmegen. Ondernemer Bastien Langeveld had op een regenachtige dag niet veel meer omzet verwacht. ,,We zijn blij dat we open kunnen en dat we gasten kunnen ontvangen. Maar als we alleen tussen twee en zes uur open kunnen zijn, kunnen wij geen boterham verdienen. Het is nog steeds heel spannend.”

‘Open gaan voelt dubbel’

Vergelijkbare geluiden klinken in Ede, waar Thijs Clercx biercafé Substitute aan het Museumplein runt. ,,Het voelt dubbel. Het was heel gezellig. Maar elk ander bedrijf zou niet eens opengaan als ze maar een derde van de tijd en ruimte kunnen benutten. De horeca doet het wel. Je wilt gastvrij zijn.”

Clercx denkt dat deze periode voor veel horecaondernemers zelfs financieel lastiger gaat zijn dan de periode waarin alles gesloten was. ,,Ik denk dat dit veel bedrijven het laatste zetje geeft naar een faillissement. Stel je schenkt tankbier, dan moet je een volle tank in één keer betalen, maar de opbrengsten komen nog niet. En veel bedrijven kampen al met schulden bij de Belastingdienst. En de huurbaas zegt misschien ook: betaal maar weer het volle pond.’’

Driekwart horecazaken kan niet alle rekeningen betalen 

Voor het café van Clercx zal het zo’n vaart niet lopen. ,,We waren van plan een tweede zaak te openen en hadden daardoor flinke reserves. Maar die zijn nu allemaal verdwenen.’’

Er zijn ook veel zaken die niet zulke reserves hadden. Uit de Kleinbedrijf Index van onder meer de Hogeschool Utrecht die deze week verscheen, blijkt dat liefst driekwart van alle horecazaken nu niet alle rekeningen kan betalen. De onderzoekers pleiten voor ruimere financiële regelingen, anders gaan veel cafés en restaurants het niet redden.

Extra regelingen zijn zeker nodig, zegt Khalid Oubaha, die veel horecazaken in Arnhem, Nijmegen en Enschede heeft. ,,Iedereen leeft nu bij gratie van de Belastingdienst. Als die besluit te gaan innen, vallen veel kroegen om.’’ Vier van zijn terrassen zijn open, vertelt Oubaha. ,,We zien het als een inwerkperiode. De mensen zijn weer aan het werk.” Dat is fijn, maar zakelijk levert het nagenoeg niets op, stelt Oubaha.

Omzetverlies

En de ondernemers hebben nog andere zorgen. Alle omzet die ze deze maanden maken, gaat weer ten koste van de regelingen die ze van de overheid krijgen. De NOW, waarmee ondernemers de loonkosten vergoed krijgen, vermindert als blijkt dat de omzetverlies ten opzichte van eerdere jaren toch niet zo hoog is.

In sommige gevallen kan een ondernemer daardoor zelfs erop achteruitgaan, omdat de kosten voor inkoop en elektra er weer bij komen. Clercx heeft daarom overwogen om dicht te blijven, zoals sommige collega’s deden. ,,Maar voor je gasten wil je toch open gaan.” 

Rekensom

Ook in Nijmegen is de rekensom gemaakt. Niets doen en dicht blijven is misschien de meest zuinige oplossing, zegt Langeveld van bar Glaswerk. ,,Dan krijg je een tegemoetkoming in de vaste lasten en wordt 85 procent van de loonsom betaald. Nu maken we extra kosten. Maar we we willen gewoon mensen helpen een leuke dag te hebben.’’

Bron: Gelderlander.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in