Het kabinet gaat voorlopig niet door met het omstreden 2G-systeem, waarbij alleen nog mensen die gevaccineerd of hersteld zijn toegang hebben tot de delen van de horeca en evenementen. Dat schrijft demissionair minister De Jonge aan de Tweede Kamer.

“Het kabinet constateert dat met de hoogte van de infectiedruk en de aanhoudende druk op de zorg de verwachting is dat er niet op korte termijn ruimte ontstaat om (delen van) sectoren (…) op basis van 2G te kunnen openen”, aldus De Jonge. Hierbij speelt ook mee dat het effect van de nieuwe omikronvariant van het coronavirus nog onzeker is.

Eerder hoopte het kabinet dat de Tweede Kamer het 2G-wetsvoorstel deze week zou behandelen. De Kamer, die kritisch is op het voorstel, moest daarover nog beslissen. De Jonge schrijft dat bij het besluit om het voorstel aan te houden ook meespeelt dat “steun op dit moment nog onvoldoende zeker is”.

Bewegingsvrijheid

De Jonge stelt voor om het 2G-systeem in januari te bespreken in de Kamer, tegelijk met wetsvoorstellen om de 3G-coronapas (waarbij je ook met een negatieve test een QR-code krijgt) mogelijk te maken op het werk en in het onderwijs.

Van dit uitstel moet geen afstel komen, vindt De Jonge. “Zonder toepassing van 2G zullen bepaalde sectoren, zoals delen van de horeca, cultuurinstellingen en evenementen, langer dan nodig gesloten moeten blijven.”

Het zogenoemde 2G-systeem leidt volgens critici tot een grotere tweedeling in de samenleving. Het resulteert namelijk in een groter verschil tussen de bewegingsvrijheid van gevaccineerden en ongevaccineerden. In de visie van het kabinet is 2G een middel om juist ongevaccineerden te beschermen tegen besmetting. Omdat zij niet meer op locaties mogen komen waar veel mensen bij elkaar komen, lopen ze minder kans op een infectie.

Wat het uitstel betekent voor de huidige ‘avondlockdown’ is niet duidelijk. Die maatregelen gelden tot ten minste 19 december. Naar verwachting is er volgende week dinsdag weer een coronapersconferentie van het kabinet. “Op die besluitvorming loopt het kabinet niet vooruit.”

Bron: NOS.nl