Commissievoorzitter Ursula von der Leyen onderhandelde zelf met BioNTech-Pfizer over het grootste contract voor coronavaccins ooit (1,8 miljard doses) van de EU. Het onderhandelingsteam waarin de lidstaten vertegenwoordigd waren, was aanvankelijk niet betrokken.

Verzoeken van de Europese Rekenkamer om opheldering werden niet beantwoord. ‘We hebben niets ontvangen’, schrijft de Europese Rekenkamer over het resultaat van haar vragen aan Von der Leyen in een vandaag verschenen rapport over de aankoop van coronavaccins door de EU. Eerder opende de Europese Ombudsman al een onderzoek naar de rol van Von der Leyen bij de onderhandelingen met BioNTech-Pfizer. De Commissievoorzitter weigerde toen inzage te geven in haar tekstberichten die ze naar de topman van de farmareus verstuurde. De Ombudsman betitelde deze weigering als wanbestuur.

De rol van Von der Leyen is van belang omdat BioNTech met dit megacontract uit mei 2021 (goed voor tientallen miljarden euro’s) veruit de meeste vaccins voor de EU in 2022 en 2023 levert. De Rekenkamer wilde te weten komen hoe het contract precies tot stand is gekomen: op basis van welke wetenschappelijk adviezen, met welke voorwaarden. Een vergeefse poging, blijkt uit het rapport. De aankoop is uiteindelijk wel door de EU-landen goedgekeurd.

De kritiek op Von der Leyen is het belangrijkste minpunt dat de Rekenkamer meldt in haar rapport over de vaccinstrategie van de EU sinds 2020. Over het algemeen heeft de EU volgens de Rekenkamer ‘doeltreffend’ gehandeld bij de aankoop van vaccins toen de coronapandemie begin 2020 uitbrak. Het Verenigd Koninkrijk en de VS waren weliswaar iets sneller met de aankoop van vaccins, maar die achterstand heeft de EU vlug ingehaald. Daarbij had de EU contracten met meer producenten voor grotere hoeveelheden.

Versplintering

Bij aanvang van de pandemie beschikte de EU niet over een gezamenlijke strategie. De aankoop van vaccins was een nationale bevoegdheid. In juni 2020 stonden Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië op het punt om samen 400 miljoen doses van een nog niet ontwikkeld vaccin van AstraZeneca te kopen. Een week later nam de Commissie op verzoek van alle lidstaten het roer over, mede om versplintering van de EU te voorkomen bij de inkoop van levensreddende vaccins.

In november van dat jaar had de Commissie namens de lidstaten met een zestal vaccinproducenten contracten afgesloten. De EU betaalde mee (circa 2,5 miljard euro) aan de ontwikkelingskosten en beloofde de financiële aansprakelijkheid van de producten (bij bijwerkingen van het vaccin) gedeeltelijk over te nemen. In recordtijd (minder dan een jaar in plaats van gemiddeld 10 tot 15 jaar) werden de coronavaccins ontwikkeld.

In de zomer van 2021 had de EU voldoende vaccins (ruim 700 miljoen) om 70 procent van de EU-bevolking volledig te vaccineren. De meeste vaccins kwamen van het Duitse BioNTech en het Brits-Zweedse AstraZeneca.

Hoogoplopend conflict

Met die laatste producent kreeg de EU een hoogoplopend conflict omdat het bedrijf veel minder vaccins leverde dan afgesproken. De EU beschuldigde AstraZeneca ervan het Verenigd Koninkrijk te bevoordelen, hetgeen in strijd zou zijn met de contractuele afspraken. Uiteindelijk gaf de rechter de Commissie grotendeels gelijk. Met AstraZeneca is sindsdien niet meer onderhandeld over nieuwe contracten.

De Rekenkamer concludeert dat de contracten met de vaccinproducenten onvoldoende duidelijk zijn over de stappen bij niet-levering van de vastgelegde hoeveelheid doses. In de recentere contracten is dat beter geregeld.

Bron: Volkskrant.nl