Het ministerie van Volksgezondheid zit in een juridisch gevecht met Breathomix, een producent van blaastest-apparaten. Uit onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat de hoogste baas van het ministerie, minister Ernst Kuipers, tot een maand geleden werkte bij een stichting die Breathomix financierde en van advies voorziet.

De blaastesten van Breathomix werden korte tijd ingezet bij GGD’s en tijdens het Eurovisie Songfestival om corona op te sporen. Maar volgens het ministerie werkten de apparaten niet naar behoren. Een grote bestelling werd daarom geannuleerd. Breathomix eist nu 24 miljoen euro van het ministerie van Volksgezondheid vanwege contractbreuk.

Op het moment dat Breathomix het ministerie dagvaardde, eind november, had Kuipers meerdere bijbanen bij organisaties die betrokken zijn bij Breathomix. Hij was commissaris bij stichting CBusinez, die Breathomix een voorfinanciering van 100 duizend euro gaf voor de blaastestapparaten. Een medebestuurder bij CBusinez zit nu nog in de raad van advies van Breathomix.

Het Erasmus MC, waarvan Kuipers de hoogste bestuurder was, deed verschillende proeven met het blaastestapparaat. Die proeven werden betaald door onder meer de Erasmus MC Foundation, waar Kuipers toezichthouder was.

Waar Kuipers dus tot voor kort bestuurder was bij organisaties die investeerden in Breathomix, moet hij er als minister nu juist voor zorgen dat het ministerie het bedrijf vooral niet hoeft te betalen.

Saillant is dat Breathomix volgens een door het ministerie ingehuurd onderzoeksbureau testresultaten heeft gemanipuleerd, in het voordeel van het blaastestapparaat. Dat meldde het Financieel Dagblad eerder deze week. De directeur van Breathomix ontkent opzet en zegt dat er sprake is van een menselijke fout. Ze vreest dat het bedrijf failliet gaat als de minister niet betaalt.

Bij zijn aantreden als minister heeft hij al zijn bijbanen neergelegd, laat Kuipers aan Nieuwsuur weten. Breathomix, CBusinez en Erasmus MC zeggen dat Kuipers niet persoonlijk betrokken is geweest bij beslissingen die Breathomix raken. De voorfinanciering aan Breathomix zou al zijn verstrekt voordat Kuipers actief werd als commissaris bij van CBusinez. Kuipers stelt hetzelfde tegenover Nieuwsuur. Hij zegt dat hij niet betrokken was bij Breathomix, dat hij niet wist van de relatie tussen Cbusinez en Breathomix en dat hij daarom bij zijn aantreden ook niet met ambtenaren heeft gesproken over de claim van het bedrijf .

Hier zie je hoe link het is als je ondernemerschap vermengt met wetenschap en dan ineens de overstap maakt naar het ministerie.

Arco Timmermans

“Die reactie vind ik een beetje te makkelijk”, zegt hoogleraar en organisatie-adviseur Rob van Eijbergen. Hij doet onderzoek naar integriteit van organisaties. “Als commissaris was Kuipers verantwoordelijk voor financieringsstromen, ook naar Breathomix. Mijn advies zou zijn om het dossier over te dragen aan een andere minister. Dan vermijd je de schijn van belangenverstrengeling.”

Arco Timmermans is hoogleraar public affairs. Ook hij is kritisch. “Hier zie je hoe link het is als je ondernemerschap vermengt met wetenschap en dan ineens de overstap maakt naar een ministerie. Je zit dan te dicht bij allerlei vuren. Je moet heel goed overwegen of je geen afstand van deze procedure moet nemen. Ik denk dat hij uit de vuurlinie moet stappen.”

Niet fout

Tweede Kamerleden reageren terughoudend. Volgens Maarten Hijink van de SP is er geen sprake van ongewenste belangenverstrengeling. Wel vindt hij dat de minister de verantwoordelijkheid voor de rechtszaak beter bij een andere minister kan onderbrengen. “Dan weet je zeker dat de politieke discussie hier niet mee besmet raakt.”

Volgens Kamerleden Pieter Omtzigt (Groep Omtzigt) en Laurens Dassen (Volt) zit Kuipers niet fout. Ze pleiten er al langer voor om een commissaris aan te stellen waar bewindspersonen terechtkunnen met vragen over integriteit.

“Die had in dit geval ook Kuipers kunnen adviseren, bijvoorbeeld om dit dossier aan een collega te geven”, zegt Omtzigt. Dassen: “Dan kun je als minister verwijzen naar het advies van zo’n commissaris en vertellen wat je daarmee gedaan hebt. Daarmee voorkom je dit soort vragen.”

Bron: NOS.nl